Deze vertaling is ouder dan de originele pagina en kan verouderd zijn. Kijk wat er is veranderd.
nl:slackware:install - SlackDocs

Welcome to the Slackware Documentation Project

Dit is een oude revisie van het document!


Slackware installatie Gids

Inleiding

Slackware installatie is iets eenvoudiger dan die van de meeste andere Linux distributies en doet denken aan de installatie van een van de variëteiten van de BSD besturings systemen. Als u daar bekend mee bent, dan zult u zich meteen thuis voelen. Als u nog nooit slackware hebt geïnstalleerd of een andere distributie die gebruik maakt van een niet grafische installatie procedure, kunt u zich in het begin een beetje overweldigd voelen. Geen paniek! De installatie is erg makkelijk als je het eenmaal begrijpt, en het werkt op vrijwel alle x86 platformen.

De laatste versies van Slackware Linux worden gedistributeerd op dvd of cd, maar slackware kan op verschillende andere manieren geïnstalleerd worden. We richten ons hier in dit boek alleen op de meest algemene methode - opstarten van een DVD - Als u geen cd of dvd station heeft, zou u kunnen kijken naar de verschillende README bestanden in de usb-and-pxe-installers directory op een Slackware mirror. Een Slackware mirror is een site met een copie van alle Slackware installatie bestanden om de hoofdsite te ontlasten, De usb-and-pxe-installers directory bevat de benodigde bestanden en instructies om de slackware installatie op te starten van een usb stick of door middel van een netwerkkaart met pxe ondersteuning. De bestanden daar zijn een goede bron van informatie voor dergelijke opstart methodes.

De installatie procedure starten

De installatie procedure starten is eenvoudig de Slackware installatie disc in uw cd of dvd station plaatsen en opnieuw opstarten. Het is mogelijk dat u in het bios van u computer moet om de opstart volgorde te wijzigen zodat het optische station een hogere opstart prioriteit krijgt dan uw harde schijven. Sommige computers bieden de mogelijkheid de opstart volgorde te wijzigen tijdens het opstarten door een specifieke functie toets in te drukken. Vaak kunt u een regel voorbij zien komen met bv press F8 for bootmenu. Dit is slechts een voorbeeld en voor uw computer hoogst waarschijnlijk anders. Maar u kunt kijken of u iets dergelijks voorbij ziet komen tijdens het opstarten of de documentatie doorzoeken die bij uw computer is geleverd.

Als uw computer eenmaal opstart van cd krijgt u een scherm te zien dat u de mogelijkheid geeft extra kernel parameters op te geven. Deze mogelijkheid is er hoofdzakelijk om de installatie disc als een soort reddings disc te kunnen gebruiken. Sommige systemen hebben speciale kernel parameters nodig om op te starten, maar dat zijn uitzonderingen en is niet de norm. De meeste gebruikers kunnen eenvoudig op enter drukken om de kernel op te starten.

U zult een hele hoop tekst voorbij zien vliegen op uw scherm. Weest niet bevreesd, dat is de normale gang van zaken. De tekst die u ziet wordt tijdens het opstarten geproduceerd door de kernel als deze uw hardware ontdekt en het laden van het besturings systeem voorbereidt (in dit geval, de installatie procedure). Hardware zijn de verschillende onderdelen waaruit u computer bestaat. Als u dat wilt kunt u deze berichten later lezen met het dmesg(1) commando. Vaak zijn deze berichten erg belangrijk voor het oplossen van eventuele hardware problemen die u kunt hebben. Als de kernel klaar is met de ontdekking van de hardware, houden de berichten op en krijgt u de mogelijkheid om ondersteuning voor niet us toetsenborden te laden.

Nadat u 1 hebt ingetoetst en op de ENTER toets gedrukt krijgt u een lijst met toetsenbordindelingen. Als u een US internationaal toetsenbord hebt, deze worden over het algemeen bij nederlandse computers geleverd, en gebruik wilt maken van letters met diakritische tekens zoals trema's en accenten kiest u dan voor qwerty/us-acentos. Neem anders de toetsenbordindeling die uw toetsenbord heeft en ga dan verder. U krijgt dan het onderstaande scherm te zien. Voor het gemak hebben we hier de vertaling eronder geplaatst. Omdat de Slackware installatie procedure alleen in het engels wordt geleverd.

Welkom bij de Slackware Linux installatie disc! (versie 14)

###### Belangrijk! LEES DE ONDERSTAANDE INFORMATIE ZORGVULDIG. ######

U moet voor u de installatie start 1 of meer partities maken met als type
Linux'. Tevens wordt aanbevolen een swap partitie te maken (type 'Linux swap').
Voor meer informatie kunt u 'setup' uitvoeren en het help bestand lezen.

Als u problemen heeft die mogelijk te maken hebben met onvoldoende geheugen,
kunt u een swap partitie activeren voordat u setup uitvoert. Nadat u een swap
partitie hebt gemaakt met cfdisk of fdisk, kunt u deze als volgt actief maken:
mkswap /dev/<partition> ; swapon /dev/<partition>

Nadat u de disc partities voor Linux hebt gemaakt, voert u het commando 'setup' uit
om het installatie proces te starten.

Als u geen kleuren monitor heeft, voert u het volgende commando uit: TERM=vt100
voordat u 'setup' uitvoert.

U kunt zich nu aanmelden als 'root'.

slackware login: **root**

Andere Linux distributies starten direct op met een installatie programma in tegenstelling tot Slackware. Het Slackware installatie proces laadt een beperkte Linux distributie in het geheugen van u machine. Met deze beperkte distributie kunt u vervolgens handmatig alle installatie programma's uitvoeren. Tevens kunt u deze in noodgevallen gebruiken om een defect systeem dat niet meer wil opstarten te herstellen. Nu u bent aangemeld als root (er is geen wachtwoord ingesteld in het installatie proces) moet u als eerste uw disc('s) gereed maken. U kunt nu ook een software raid maken of lvm ondersteuning instellen en zelfs een versleutelde root partitie. Deze onderwerpen behandelen we hier niet. Als u er meer over wilt weten verwijs ik u naar de README_RAID.TXT, README_LVM.TXT en README_CRYPT.TXT op uw cd. De meeste gebruikers zullen dit niet gebruiken en vervolgen de installatie direct met het partitioneren.

Partitioneren

De Slackware installatie media bevat middelen om u hard disc te partitioneren.
Normaliter bestaat de partitionerings procedure uit de volgende stappen.

  1. Voer een partitionerings programma uit op de doel hard disc.
  2. Bekijk de actuele partitie tabel om te kijken of er al partities geïnstalleerd zijn.
  3. Verwijder partities indien nodig.
  4. Maak een nieuwe partitie aan.
  5. Geef op hoe groot en van welk type de nieuwe partitie moet worden.
  6. Maak de rest van de partities aan.
  7. Wijzig het type van de partitie. (Swap, Linux, Solaris, etc)
  8. Zet de opstart vlag (bootable flag) op de partitie vanwaar u de computer wilt laten opstarten.
  9. Schrijf de nieuwe partities naar de partitie tabel.

fdisk

Hier volgt een voorbeeld hoe u met fdisk een hard disc kan partitioneren. Er zijn ook andere manieren om een partitie tabel te maken.

Maak een nieuwe partitie die als swap zal worden gebruikt.

root~# fdisk <path to drive> | (for example /dev/sda) <Return>
Command (m for help): p <Return>

Disk /dev/sda: 64 heads, 63 sectors, 621 cylinders
Units = cylinders of 4032 * 512 bytes

Command (m for help): n <Return>
Command action
   e   extended
   p   primary partition (1-4)
p <Return>

Partition number (1-4): 1 <Return>
First cylinder (1-621, default 1): 1 <Return>
Using default value 1
Last cylinder or +size or +sizeM or +sizeK (1-621, default 621): 100 <Return>

fdisk is het commando om het programma te starten. Waar <path to drive> staat vult u de hard disc in die u wilt partioneren. Bv fdisk /dev/sda. Als u dan p intoetst gevolgd door enter wordt de huidige partitie tabel getoond. Als eerste wordt de disc geometrie getoond en daarna de partities in dit geval zijn er nog geen partities. Met n gevolgd door enter maakt u een nieuwe partitie aan. U kunt daarna kiezen voor een uitgebreide (extended) partitie of een primaire (primary) partitie. Hier kiezen we voor een primaire partitie door p in te toetsen. Daarna kiest u een nummer voor de partitie. Er kunnen vier primaire partities zijn en omdat dit de eerste is geven we hem nummer 1. En als laatste volgt de grootte. Eerst geeft u het begin van de partitie op in dit geval 1 en daarna het eind 100 hier. U had ook +200M op kunnen geven dat geeft bijna hetzelfde resultaat. Nu hoeft u alleen nog het type te wijzigen naar swap.

Command (m for help): t <Return>
Partition number (1-4): 1 <Return>
Hex code (type L to list codes): 82 <Return>
Changed system type of partition 1 to 82 (Linux swap)

U typt t gevolgd door enter. We willen de eerste partitie wijzigen dus 1 enter. Daarna wordt gevraagd om de code van het partitie type. Als u L in toetst krijgt u een lijst met partitie types en de bij behorende codes. In dit geval willen we een swap partitie en de code daarvoor is 82 wederom gevolgd door enter. De volgende partitie zal als root partitie gebruikt worden en daar moet u van kunnen opstarten.

Command (m for help): n <Return>
Command action
   e   extended
   p   primary partition (1-4)
p <Return>
Partition number (1-4): 2 <Return>
First cylinder (101-621, default 101): <Return>
Using default value 101
Last cylinder or +size or +sizeM or +sizeK (101-621, default 621): <Return> | (the remainder of the disk will be used)

U typt n enter om een nieuwe partitie aan te maken. Daarna p enter om aan te geven dat het een primaire partitie is. Gevolgd door 2 enter om de partitie een nummer te geven. Nu moet u de grootte opgeven, als eerste kunt U gewoon een enter geven zodat partitie 2 direct op partitie 1 volgt. Daarna kunt u nog een enter geven , omdat we voor deze paritie de rest van de disc gebruiken. Nu moeten we de paritie nog opstartbaar maken.

Command (m for help): a <Return>
Partition number (1-4): 2 <Return>

Dit kunt u doen door a enter gevolgd door de partitie die u wilt activeren in dit geval 2 wderom gevolgd door enter. Als u nu op p enter drukt krijgt u een overzicht van de wijzigingen die u heeft aangemaakt.

Disk /dev/hdb: 64 heads, 63 sectors, 621 cylinders
Units = cylinders of 4032 * 512 bytes
 
   Device Boot    Start       End    Blocks   Id  System
/dev/hdb1            1        100    203797+  82  Linux swap
/dev/hdb2   *        101      621    1048107  83  Linux

Als u gecontroleerd hebt of alles klopt kunt u de gewijzigde partitie gegevens opslaan in de partitie tabel van de disc door w enter.

cfdisk

U kunt hetzelfde resultaat bereiken met het commando cfdisk. Het voordeel van dit programma is dat het een eenvoudige gebruiksers interface heeft die de huidige partitie tabel aangeeft voordat deze naar disk wordt geschreven. U kunt hiermee dezelfde stappen volgen als in de fdisk sectie door de pijltjes cq tab toets te gebruiken om de menu items onder in het scherm te selecteren.

                                cfdisk 2.12r

                            Disk Drive: /dev/sda
                      Size: 5108373319 bytes, 5.1 GB
            Heads: 64   Sectors per Track: 63   Cylinders: 621

  Name        Flags      Part Type  FS Type          [Label]        Size (MB)

  sda1                    Primary   Linux swap                       822.61
  *sda2       Boot        Primary   Linux                           4285.76





  *[Bootable]* [ Delete ]  [  Help  ]  [Maximize]  [ Print  ]
   [  Quit  ]  [  Type  ]  [ Units  ]  [ Write  ]

               *Toggle bootable flag of the current partition*

The setup Program

Help

Als u Slackware nog nooit geinstalleerd heeft, kunt u een basis overzicht van het Slackware installatie proces krijgen door het Help menu door te lezen. Het grootste deel van de informatie gaat over hoe u door het installatie programma kunt navigeren wat in principe vrij intuïtief zou moeten werken, maar als u nog nooit een op curses gebaseerd programma hebt gebruikt kan het nuttig zijn.

Keymap

Voordat we verder gaan biedt Slackware u de mogelijkheid om een andere mapping te kiezen voor u toetsenbord. Als u standaard US toetsenbord gebruikt kunt u deze stap veilig overslaan, maar als u een internationaal toetsenbord gebruikt dan kunt u hier de juiste mapping kiezen. Dit zorgt ervoor dat de toetsen die u indrukt precies doen wat u verwacht.

Addswap

Als u een swap partitie gemaakt heeft dan kunt u deze met de volgende stap activeren. Een swap partitie zorgt ervoor dat u geheugen intensitieve activiteiten kunt uitvoeren zoals het installeren van packages. Swap ruimte is feitelijk virtueel geheugen. Het is een harde schijf partitie (of een bestand edoch swap bestanden worden niet ondersteund door de slackware installer) waar regio's van het aktieve systeem geheugen heen worden gekopieerd waarneer uw computer niet voldoende geheugen heeft. Dit laat de computer programma's in en uit het aktieve geheugen “swappen”, waardoor de computer meer geheugen kan gebruiken dan hij feitelijk heeft. Deze stap voegt u swap partitie ook toe aan het bestand /etc/fstab zodat het beschikbaar is als u uw computer opstart.

Target

De volgende stap bestaat uit het selecteren van de root partitie en eventuele andere partities die u wenst te gebruiken met Slackware. U krijgt een lijst met bestands systemen die u kunt gebruiken en de vraag of u deze wenst te formateren. Als u de installatie start op een nieuwe partitie dan moet u deze eerst formateren. Als u een partitie met data heeft die u wenst te bewaren dan moet u deze partitie niet formateren. Veel gebruikers hebben een aparte /home partitie voor gebruikers data, ze kiezen er dan voor om deze partitie niet te formateren. Zodat ze Slackware opnieuw kunnen installeren zonder de data in hun home partitie te hoeven backuppen en herstellen In het voorbeeld hieronder wordt de home partitie wel geformateert.

Source

Hier kunt u aangeven waar het installatie programma de slackware packages kan vinden. De meest gebruikte methode is de slackware DVD of CD's, maar er zijn nog verscheidene andere methodes beschikbaar. Als u de packages heeft geïnstalleerd op een partitie die u in de vorige stap heeft toegevoegd, dan kunt u installeren vanaf deze partitie of een voor gemounte directory. (Het kan zijn dat u deze partitie eerst moet mounten met mount.) Tevens biedt slackware diverse netwerk opties zoals NFS shares, FTP, HTTP, en Samba. Als u een netwerk installatie kiest vraagt slackware om TCP/IP informatie. Hier onder laten we de installatie vanaf DVD zien, maar andere methodes zijn gelijkwaardig.

Select

Een van de unieke kenmerken van Slackware is de manier hoe pakketten zijn verdeeld in disksets. In het begin der tijden, was netwerk toegang naar FTP servers alleen mogelijk via ongelovelijk langzame 30 baud modems, daarom werd slackware gesplitst in disksets die paste op diskettes. Zodat gebruikers alleen die pakketten hoefden te downloaden waar ze in geïnteresseerd waren. Tegenwoordig wordt dat gebruik voortgezet en het installatie programma laat u kiezen welke sets u wilt installeren. Dit biedt u de mogelijkheid pakketten over te slaan die u mogelijk niet wilt, zoals X en KDE op servers zonder beeldscherm of Emacs bij alles. Let op de “A” serie is altijd nodig.

Install

Eindelijk bent u op het punt gekomen in het installatie programma waar het om gaat. Hier wordt u gevraagd welke methode u wilt gebruiken om de pakketten te selecteren. Als dit de eerste keer is dat u Slackware installeert, dan wordt u aanbevolen de “full” optie te kiezen dit houdt in dat u alle pakketten installeert. Zelfs als dit niet u eerste installatie is kiest u toch deze optie.

De “menu” en “expert” opties bieden u de mogelijkheid om individuele pakketten te installeren en worden gebruikt door ervaren gebruikers die bekend zijn met het OS. Deze methodes bieden deze gebruikers de mogelijkheid om snel pakketten uit te sluiten van de installatie om een minimaal systeem te kunnen bouwen. Als u niet weet waar u me bezig bent (en soms zelfs als u dat wel weet) is de kans groot dat u belangrijke stukken software weglaat waardoor u systeem niet mer functioneert.

De “newbie” methode kan handig zijn voor nieuwe gebruikers, maar kost zeer veel tijd om te installeren. Deze methode installeert alle benodigde pakketten om u daarna voor alle andere pakketten individueel te vragen of u deze wilt installeren. Het grote voordeel hiervan is dat het steeds pauzeert en een kort overzicht geeft van de inhoud van het pakket. Voor een nieuwe gebruiker kan deze introductie van wat er bij Slackware zit erg informatief zijn. Voor de meeste andere gebruikers is het een lang en vervelend proces.

De “custom” en “tagpath” opties zijn alleen voor zeer ervaren gebruikers. Met deze methode kunnen gebruikers pakketten installeren met tagfiles. Tagfiles worden zelden gebruikt. En worden hier niet besproken.

Configure

Als alle pakketten zijn geïnstalleerd bent u bijna klaar. Hier vraagt Slackware u een aantal configuratie taken voor u nieuwe besturings systeem. Sommige zijn optioneel, maar de meeste gebruikers moeten deze invullen. Afhankelijk van de pakketten die u heeft geïnstalleert worden er mogelijk andere configuratie opties getoond als hier zijn afgebeeld. Maar de belangrijkste zijn hier meegenomen.

Als eerste wordt u waarschijnlijk gevraagd om een opstart diskette te maken. In het verleden was dit in het algemeen een 1.44MB floppy diskette, maar omdat de linux kernel tegenwoordig te groot is voor een floppy diskette biedt slackware aan een opstart usb geheugen stick te maken. Hiervoor moet u computer wel de mogelijkheid hebben om van usb op te starten (de meeste nieuwe computers bieden deze mogelijkheid). Als u geen gebruik wilt maken van LILO of een andere tradionele boat loader (boat loader is een klein programma dat u laat kiezen welk besturings systeem er geladen moet worden en welke opties er moeten worden meegegeven aan het te laden besturings systeem), dan wordt u aangeraden een opstart usb stick te maken. Let op als u dit doet dan wordt alles op de usb stick die u hiervoor gebruikt gewist.

Vrijwel iedereen zal de LInux LOader willen installeren, LILO. LILO zorgt ervoor dat de Linux kernel wordt geladen. Zonder een boot loader, kunt u uw nieuwe Slackware systeem niet opstarten. Slackware biedt een aantal verschillende opties hiervoor. De simpele methode tracht LILO automatisch te configureren voor uw computer en werkt over het algemeen goed. Zeker als Slackware het enige besturingsysteem is op uw computer. Als u de simpele methode niet vertrouwd of precies wil weten hoe u LILO kunt configureren. Kunt u kiezen voor de expert methode. Deze methode zal u in stappen door de setup helpen en biedt u opties voor het opstarten van verschillende besturingsystemen die op uw computer staan. Tevens heeft u de mogelijkheid kernel parameters toe te voegen.

This simple step allows you to configure and activate a console mouse for use outside of the graphical desktops. By activating a console mouse, you'll be able to easily copy and paste from within the Slackware terminal. Most users will need to choose one of the first three options, but many are offered, and yes those ancient two-button serial mice do work.

The next stage in configuring your install is the network configuration. If you don't wish to configure your network at this stage, you may decline, but otherwise you'll be prompted to provide a hostname for your computer. Do not enter a domain name, only the hostname.

The following screen will prompt you for a domainname, such as example.org. The combination of the hostname and the domainname can be used to navigate between computers in your network if you use an internal DNS service or maintain your /etc/hosts file.

You have three options when setting your IP address; you may assign it a static IP, or you may use DHCP, or you may configure a loopback connection. The simplest option, and probably the most common for laptops or computers on a basic network, is to let a DHCP server assign IP addresses dynamically. In practice, this often results in a consistent address since both dhcpcd and dhclient initially request the same address previously assigned. If the address is unavailable then the machine gets a new one, but on small networks this may never happen.

If the DHCP server on your network requires a specific DHCP hostname before you're permitted to connect. You can enter this on the Set DHCP Hostname screen.

To use a static IP address, you must provide:

Static IP Address

  • IP Address: the address of your computer, such as 192.168.1.1 (for IPv4). Also, you should verify that no DHCP server on your network is set to assign that same address out as a part of its DHCP pool, or you may encounter address conflicts.
  • Netmask: the subnet mask for your network; often 255.255.255.0 for small networks.
  • Gateway Address: the address of the gateway server providing internet access to your network. On small networks, this will probably be provided by your ISP while on larger networks you may use an internal server which handles the traffic. In other words, this may be an internal address like 192.168.1.1 or it might be an address provided by your ISP, such as 75.146.49.79
  • Nameserver: most likely, you'll want to utilize DNS; in this initial setup, provide your primary domain name server. Edit /etc/resolv.conf to add secondary and tertiary servers later.

The final screen during static IP address configuration is a confirmation screen, where you're permitted to accept your choices, edit them, or even restart the IP address configuration in case you decide to use DHCP instead.

Your network configuration is now complete. The next screen prompts you to configure the startup services that you wish to run automatically upon boot. Read the descriptions that appear both to the right of the service name as well as at the bottom of the screen in order to decide whether that service should be turned on by default. These can always be modified later with pkgtool > Setup > Services.

As the startup services window warns, you should only turn on the startup services that you actually intend to use. This not only decreases boot time but makes for a more secure system.

Every computer needs to keep track of the current time, and with so many timezones how does Slackware know which one to use? Well, you have to tell it which one to use, and that's why this step is here. If your computer's hardware clock is set to UTC (Coordinated Universal Time), you'll need to select that; most hardware clocks are not set to UTC from the factory (though you could set it that way on your own; Slackware doesn't care). Then simply select your timezone from the list provided and off you go.

If you installed the X disk set, you'll be prompted to select a default window manager or desktop environment. What you select here will apply to every user on your computer, unless that user decides to run xwmconfig(1) and choose a different one. Don't be alarmed if the options you see below do not match the ones Slackware offers you. xwmconfig only offers choices that you installed. So for example, if you elected to skip the “KDE” disk set, KDE will not be offered.

The last configuration step is setting a root password. The root user is the “super user” on Slackware and all other UNIX-like operating systems. Think of root as the Administrator user. root knows all, sees all, and can do all, so setting a strong root password is just common sense.

With this last step complete, you can now exit the Slackware installer and reboot with a good old CTRL + ALT + DELETE. Remove the Slackware installation disk, and if you performed all the steps correctly, your computer will boot into your new Slackware linux system. If something went wrong, you probably skipped the LILO configuration step or made an error there somehow. Thankfully, the next chapter should help you sort that out.

Sources


In andere talen
Vertaling van deze pagina?:
QR Code
QR Code nl:slackware:install (generated for current page)